Marie Joseph Peter Mathieu Corbeij
Laatste burgemeester van Broeksittard 1934–1941

Coördinator van het verzet in Sittard tegen de Duitse bezetting.
Drager van het verzetsherdenkingskruis Nederland
Het “Croix du Combattant de L’Europa” België
Onderscheiding Nationale Unie Franse krijgsgevangenen.

Mathieu Corbeij, leven en werken

Marie Joseph Peter Mathieu (Math of Mathieu als roepnaam) Corbeij werd geboren op 16 mei 1886 in de Limbrichterstraat in Sittard als zoon van een suikerbakker. Hij overleed op 5 december 1950 aldaar.
Hij is een persoon geweest die van grote betekenis is geweest in met name Broeksittard en Sittard, maar ook daarbuiten zijn rol heeft gespeeld.

Hij was secretaris van de Centrale Limburgsche Drankweer (de drankbestrijding) en werd in 1923 gemeenteraadslid Sittard. Dat bleef hij tot 1934. In 1924 werd hij wethouder in Sittard, tot 1931, Per 1 maart 1934 werd hij tot burgemeester van Broeksittard benoemd. Bij zijn installatie gaf hij al een samenvatting van zijn missie: : “Ik ben er innig dankbaar voor, dat ik op dit moment en op deze datum (de feestdag van St. Thomas van Aquino) mag herinneren aan de woorden van deze grote man: “Rechtvaardigheid en naastenliefde!” Hij nam deze woorden letterlijk, want hij was een der eerste burgemeesters die toen het voor zijn medeburgers eerder schadelijk werd om aan te blijven dan te vertrekken, zijn ontslag aanbood. Zijn tegenwerking bij maatregelen van de bezetter waren overduidelijk en hij kwam al snel in botsing met hen. In augustus 1941 bood hij, o.a. samen met burgemeester Coenders van Sittard en nog een aantal andere burgemeesters, zijn ontslag aan bij de bezetter. Dat werd hem oneervol verleend. Vermoedelijk was hij daar echter trots op! Hij werd als ambteloos burger de spil van het verzet in Sittard.

Burgemeester Corbeij werd in Broeksittard kwalijk genomen dat hij als burgemeester van Broeksittard in Sittard bleef wonen. Er was zelfs verdenking dat het hem te doen was om Broeksittard op te laten heffen en toe te voegen aan Sittard. Dat heeft hij altijd ontkend overigens. Dat zijn weigering om samen te werken met de Duitse bezetters mede kan hebben geleid tot annexatie van Broeksittard door Sittard kan hem zeker niet verweten worden. Overigens bestonden er al plannen om tot een herindeling te komen en Broeksittard is niet de enige gemeente die in de oorlog is heringedeeld!

Daar Corbeij streng geheelonthouder was kwam hij zelden of nooit op feesten waar stevig gedronken werd, zoals bij de fanfare of de schutterij. Ook was hij kritisch op veel films die in zijn ogen niet door de beugel konden. Kortom, hij was zeer terughoudend en matig in zijn gedrag. Daarnaast was hij een trouw katholiek en kerkganger. Zijn integriteit stond buiten kijf. Dat bleek ook al snel na het uitbreken van de oorlog.
Niet lang na zijn aftreden werd hij, samen met diverse andere mensen uit de protesterende bovenlaag van de samenleving als gijzelaar gevangengezet in St Michielgestel. Van 7 januari 1942 tot 8 februari 1943 is hij daar geïnterneerd geweest als ‘civiel geïnterneerde’ voor Nederlands Indië.

Hij kon, toen hij werd opgehaald door een Duitse officier, nog bellen naar Frans Ensinck, de gemeentesecretaris van Sittard, in januari 1942: “Secretaris, loester ens. Ich mot aeve weg! Zörg goud veur alles”. Toen ging hij gewillig mee in ballingschap naar het kamp. Via Maastricht ging het per trein naar het interneringskamp te Haaren (bij Oisterwijk), later naar St. Michielsgestel. Corbeij had blijkbaar hetzij overredingskracht dan wel genoeg status om de trein in Sittard een tussenstop te laten maken om afscheid te nemen van zijn familieleden.

Een bekende anekdote van hem in het kamp was de volgende: Aan Corbeij werd de vraag gesteld hoe hij heette: “Je voornaam, vroeg men?” “Mathieu”, zei Corbeij. “U bedoelt Matthias”, stelde de Duitser. “Nee, Mathieu”, klonk het vervolgens. “Buchstabieren Sie”, werd hem toegevoegd. En hij spelde het: “De M van Mozes, de A van Aäron, de T van Tobias, de H van Habakuk, de I van Isaäc, de E van Ezau en de U van Uriël”. Met deze overduidelijk joodse namen kon de Duitser het voorlopig doen. Hij wist meteen welk vlees hij in de kuip had.

Corbeij kwam na ruim een jaar uit het kamp terug. Hij werd om gezondheidsredenen ontslagen. Het weerhield hem niet meteen weer actief te worden in het verzet tegen de Duitsers. Hij was alleen nog meer gebrand om zich met hand en tand te verzetten tegen hen.
Hij waarschuwde o.a. de schippers in Grevenbicht niet richting Duitsland te varen, bang dat hun schepen gevorderd zouden worden.

In zijn huis te Sittard kwamen vele draden samen van het verzet. Denk aan distributie van vervalste persoonskaarten en bonnen om te eten etc voor onderduikers, maar ook onderduikers kwamen via zijn huis terecht. Vandaar werden ze door o.a. De Witte van Ronden en anderen  en met hulp van o.a. Louis Muyres via het bedrijf ‘Juliana’ in Berg aan de Maas over de Maas geholpen, België in. Een van de zogenaamde ‘escape-routes’. Duidelijk is dat niet alleen Corbeij zelf, maar ook zijn vrouw, Mimi Corbeij-Kerrens, niet alleen op de hoogte was van zijn activiteiten, maar er zelf volop aan deelnam.

Verzetsstrijders hadden natuurlijk schuilnamen en andere trucs om het de Duitser lastig te maken. De Witte van Ronden was helemaal niet blond bijvoorbeeld. Corbeij had als schuilnaam No II. Ieder puntje was hier letterlijk van belang, No 2 schrijven zou duidelijk op verraad wijzen. Corbeij was hard maar rechtvaardig naar wordt verteld bij dit soort zaken.
Barmhartigheid was een centraal thema bij hem. Zo was hij veel in de weer als voorzitter van de reclasseringsvereniging in het kanton Sittard.

Dat hij niet dronk was al helder, als voorzitter van de vereniging Sobrietas. Ook de avond dat hij thuiskwam uit het kamp weigerde hij een drankje, onder de woorden, ‘ich höb mien piep’. Toch een verslaving dus, al werd die in die dagen als zodanig niet (h)erkend 😉

Na de oorlog werd Corbeij in 1944-1945 waarnemend burgemeester van Schinveld, Oirsbeek en Merkelbeek. van 1945 tot 23 september 1949 was hij raadslid en wethouder van Sittard. De dag erop werd hij burgemeester van Nieuwstadt en in december van dat jaar lid van de Provinciale Staten van Limburg. Bij zijn overlijden verschenen krantenartikelen, waarin beschreven werd welk een voortreffelijk bestuurder en goed mens gestorven was.

Als burgemeester van Broeksittard, later als waarnemend burgemeester van Merkelbeek, Oirsbeek en Schinveld en sinds 1949 van Nieuwstadt, zorgde Mathieu met overgave en inzet voor zijn gemeenteambtenaren. Een keer per jaar was er een overleg waarin iedereen vrijuit mocht zeggen wat hem of haar op het hart lag. Bijzonder in die tijd.

Als lid van de Provinciale Staten stond hij op de bres voor de katholieke beginselen. Hij streed met open vizier en dat riep respect op, maar ook regelmatig flinke tegenwind. Steun vond hij in zijn geloof, iedere dag bezocht hij de viering in de kerk, waar hij bescheiden achterin een plaatsje had.

Duizenden onderduikers zullen Mathieu Corbey op zijn sterfdag gedacht hebben en gezegd hebben: “Er is een goed mens gestorven”..

Op 8 mei 1983 werd aan de weduwe van Mathieu Corbeij, Mimy Corbeij-Kerrens, postuum het verzetsherdenkingskruis uitgereikt.. Ook zij zelf mocht deze hoge onderscheiding in ontvangst nemen.
Daarnaast ontvingen Mathieu en zijn vrouw van buitenlandse regeringen eretekens als het “Croix du Combattant de L’Europe”, het Belgische Kruis van Verdienste en de onderscheiding van de nationale Unie van Franse Krijgsgevangenen.

Winand Schmeitz / Peer Boselie
Sept 2023

Bronnen:
Sittard 1915-1930: 3383 Corbeij, M.J.P.M.: wethouder, 1924.1 Omslag
Oirsbeek 1940-1981:  524 M.J.P.M. Corbeij, waarnemend burgemeester 1944, 1944-1945.
Parochie St Petrus en Michaël Sittard : 2161 Brieven van Boonekamp en Corbeij/Derks over de negatieve invloeden van de vertoonde films in de bioscoop, 1941 en z.d.. 2 Stukken
Broeksittard 1817-1942: diverse stukkenLand van Zwentibold (artikel kapelaan Engwegen)
Cammaert: proefschrift mbt verzet in Limburg
Stamboom Corbeij